Wethouder Astrid Kockelkoren van Wonen gaat haar uiterste best doen om ervoor te zorgen dat het aantal sociale huurwoningen in Rotterdam gaat stijgen.
Deze toezegging deed zij onlangs in de gemeenteraadscommissie voor Bouwen en Wonen.
De komende vier jaar kiest het gemeentebestuur onder leiding van PRO en coalitiepartners D66, VVD, CDA en Volt ervoor om in Rotterdam 4500 sociale huurwoningen te bouwen. Als in diezelfde periode de Rotterdamse woningcorporaties echter meer dan 4500 sociale woningen slopen, verkopen of liberaliseren, dan zal er in 2030 wederom geen stijging maar nog steeds een krimp van de sociale voorraad zijn.
Nog steeds. Want in Rotterdam is het al sinds begin jaren ‘20 een terugkerend ‘ritueel’ dat het aantal sociale huurwoningen daalt. Die in de lokale media bijna nooit vermelde daling doet een beetje bizar aan wetende dat er in de gemeenteraad al even lang steevast de loftrompet wordt gestoken over vermeende bovenmatig hoge percentages van bouwstarts van sociale huurwoningen.
PRO-wethouder Kockelkoren heeft nu aangekondigd dat zij corporaties gaat aansturen om niet méér woningen te slopen, verkopen en liberaliseren dan dat er nieuwe in het sociale segment worden bijgebouwd. Aan het eind van de collegeperiode moet er dan een zogenoemde netto aanwas zijn. In gewoon Nederlands: een toename.
Hoe de spelregels zijn om dat voor elkaar te krijgen, zal uiterlijk medio december wat duidelijker worden. Dat is dan na afloop van de begin september gestarte periode van honderd dagen, waarbinnen burgemeester en wethouders de woningbouwplannen uit het coalitieakkoord Vaart Maken concreter hebben uitgewerkt.
Het is tevens de bedoeling dat er in december nieuwe prestatieafspraken zijn. Ze moeten de begin dit jaar gemaakte afspraken voor 2026 en 2027 vervangen en voor vier jaar gaan gelden. De nieuwe afspraken worden gemaakt door de wethouder met alle (?) Rotterdamse woningcorporaties. Huurdersorganisaties mogen er ook over meepraten.